De drie pijlers

De aanpak heeft drie pijlers

1. De opleiding
Twee jaar lang gaan de ervaringsdeskundigen twee dagen in de week naar school. In het tweede jaar komt er een dag stage bij. In een klas zitten zo’n 12 deelnemers.
De opleiding richt zich op:

  • Het eigen levensverhaal
  • Zelfreflectie en bewustwording, de deelnemers aan de opleiding zijn zich niet altijd bewust van de kloven (link naar pagina over kloven) die er zijn en hun eigen referentiekader. Door dat bewustzijn te vergroten, ook wat armoede met hen heeft gedaan, maak je de ervaringskennis waardevol voor een ander.
  • Communicatieve vaardigheden
  • Sociaal juridische kennis
  • Sociale- en arbeidsvaardigheden: de groep zelf is een leermiddel, feedback geven en ontvangen is een belangrijk aspect, maar ook bijvoorbeeld groepsdynamiek. Hoe werk je samen in een team, hoe ben je als collega.

De opleiding wordt gegeven door een tandem van een docent en een ervaringsdeskundige, die speciaal zijn opgeleid voor deze opleiding.

2. Werken in en met armoede en sociale uitsluiting 
Noodzakelijk voor het succesvol slagen van de aanpak, is dat ervaringsdeskundigen betaald werk krijgen en zorgen voor inbedding in het maatschappelijk veld bij gemeenten en werkgevers. Het gaat er niet alleen om dat er een opleiding wordt gegeven of dat ervaringsdeskundigheid wordt ingezet op de werkvloer, maar dat de samenleving de meerwaarde ervaart van hun inzet en generatiearmoede wordt doorbroken.

De ervaringsdeskundigen gaan aan de slag binnen organisaties die werken met armoede en sociale uitsluiting. De aanpak richt zich op inbedding in deze maatschappelijke organisaties, op cultuurverandering, op een andere manier van kijken naar armoede.

Als werkgever krijgt u een goed opgeleide ervaringsdeskundige die de tandempartner van de professional is. Samen bereiken ze de mensen in armoede sneller en effectiever.

3. Verspreiding
Het is tijd voor een andere kijk op armoede. Het gaat niet alleen maar over geen geld hebben, het gaat ook over sociale uitsluiting, over ‘overleven’. Om dit te doorbreken en de aanpak te laten slagen, is voldoende omvang nodig: breed draagvlak bij gemeenten, provincies, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Ook is financiële ruimte nodig om dit gedachtegoed te verspreiden. De invoering van de nieuwe aanpak vergt nu veel inzet en investeringen. De opbrengsten, zowel het perspectief van de betrokkenen als financiële besparingen, komen op de langere termijn.


Ga terug naar: De aanpak
Ga terug naar: De stand van zaken nu
Ga terug naar: De kloven: de theoretische achtergrond van de aanpak
Lees verder: De resultaten