Interview Tamara Dickhoff – Goede Start

Tamara zat in de eerste groep van de opleiding ‘Ervaringsdeskundige in generatiearmoede en sociale uitsluiting’ en werkt nu een half jaar bij Goede Start als ervaringsdeskundige. Ze is daarmee de brug tussen het kwetsbare gezin en de professionals van Goede Start.

Goede Start is onderdeel van ‘Kansen voor de Veenkoloniën’, Goede Start richt zich op de gezondheid van de toekomstige generatie, dat wil zeggen dat het project zich richt van conceptie tot het 18e levensjaar. In die periode worden ouders en kind gevolgd en wordt het zorgnetwerk op een laagdrempelige manier opgestart. Uitgangspunt van Goede Start is dat ze er niet zijn voor de mensen, maar het samen doen mét de mensen waar het om gaat.

Tamara, wat doe je bij Goede Start?
“Ik doorloop eigenlijk het hele traject van Goede Start, alle cursussen, alle stappen en processen en kijk vanuit mijn ervaringsdeskundigheid daarnaar. Ik geef advies en aanbevelingen hoe dingen anders kunnen. Zo ben ik vorige week bij een cursus geweest van Positieve Gezondheid. Ik geef het kwetsbare gezin een stem in die cursus. Bijvoorbeeld door aan te geven dat een hele waslijst met vragen niet gaat werken. Zo’n gezin zit in overlevingsmodus, teveel vragen levert stress op en gaan ze niet beantwoorden. Daar hebben ze de ruimte simpelweg niet voor in hun hoofd. Ik werk met de principes en kennis van Mobility Mentoring.” (In het kort, Mobility Mentoring zegt dat mensen in armoede schaarste ervaren, van dag tot dag leven, keuzes niet kunnen overzien en maar één uitweg zien (tunnelvisie). Het gevolg is dat zij vaak niet goed meer in staat zijn om doelgericht en probleemoplossend te handelen. Het gevoel van schaarste verklaart waarom het vaak niet lukt om armoede en schulden te overwinnen.)

Tamara begeleidt nu twee stagiaires die de opleiding volgen in Veendam en Groningen. Heeft die stagebegeleiding ook toegevoegde waarde voor haar?
“Ja, want ik heb nu twee collega’s met wie ik kan sparren, dat is fijn. En je merkt dat elke ervaringsdeskundige ook weer zijn of haar eigen referentiekader heeft. Ervaringsdeskundigheid heeft weer nuances. Zo kunnen we alle drie net iets anders naar een bepaalde vraag en oplossing kijken. Het heeft dus ook een extra verdieping voor Goede Start.”
“Te vaak kijken we naar de financiële tekorten die een kind ervaart in zijn of haar jeugd. Ik vind het minstens zo belangrijk dat we ook kijken naar het tekort aan liefde, aandacht en het aanleren van sociale vaardigheden.”

“Ik heb heel veel ideeën hoe dingen anders zouden kunnen. Ik vind het heel fijn dat ik bij ‘Goede Start’ daarin gehoord wordt en serieus genomen wordt.”

Wat zou je nog willen, in de toekomst voor Goede Start?
“Er zijn programma’s voor als je zwanger bent, er zijn programma’s voor de kraamtijd, zeg maar tot het kindje een jaar is. Daarna pas weer als je kind naar de basisschool gaat. Er worden wel wat activiteiten georganiseerd, maar geen echt programma. Ik zou het mooi vinden als er in de periode van 1-4 jaar er ook een programma geschreven wordt. Er speelt in die tijd genoeg om het kind een echt goede start te kunnen geven.
Een ander voorbeeld is het 1000 dagen project. Dit is een project dat in Rotterdam al 3 jaar loopt. De moeder die zwanger is krijgt 1000 dagen begeleiding, je gaat naar haar toe, komt bij haar thuis en dan staat echt het gezin en haar situatie centraal. Alle aspecten komen naar voren: de financiële situatie, het huishouden, persoonlijke verzorging, gezonde voeding. Het gaat om de moeder bij de hand nemen, zo vroeg mogelijk en het samen doen. Ik geloof heel erg in deze aanpak en ik denk dat ervaringsdeskundigen hier ook veel aan toe kunnen voegen. Ik hoop dan ook dat we in het noorden snel met een pilot kunnen starten.”

Wat zou je nog willen in de toekomst voor Sterk uit Armoede?
“Ik ben ervaringsdeskundige op meerdere vlakken, maar niet op elk vlak wil ik ingezet worden. Mijn hart ligt bij jonge kinderen en jongvolwassenen. Nu met de twee stagiairs merk ik ook weer dat ieder zijn eigen passie heeft. Ik zou het mooi vinden als er een soort expertisebureau wordt gestart, waar alle ervaringsdeskundigen onder vallen. Organisaties kunnen uit die pool halen wat zij nodig hebben, zodat je echt op je passie en je kracht wordt ingezet. Volgens mij hebben organisaties dan meer aan je en je wordt er zelf ook nog eens blijer van.”