Twee studenten van de Hanzehogeschool hebben onderzoek gedaan naar de eerste ervaringen van en met ervaringsdeskundigen ‘generatiearmoede en sociale uitsluiting’. In het kort de uitkomsten:

De aanpak ‘Sterk uit Armoede’ omvat drie pijlers:
1. De opleiding
2. Werk
3. Verspreiding

De opleiding tot ervaringsdeskundige is niet alleen nodig voor het aanleren van deskundigheid. Een leven in de generatiearmoede gaat vaak gepaard met negatieve ervaringen door sociale uitsluiting. Ze worden in hun werk regelmatig geconfronteerd met hun eigen ervaringen, de opleiding zorgt dat de studenten hier beter tegen bestand zijn en juist hun eigen ervaringen kunnen gebruiken om anderen te helpen.

De pijler werk omvat meerdere aspecten. Het gaat dan om de relatie tussen ervaringsdeskundige en cliënt, collega’s en organisatie.

Wat betekent dat nou, als een ervaringsdeskundige in je organisatie werkt?

“Ervaringsdeskundigen in generatiearmoede en sociale uitsluiting kunnen ook binnen wooncorporaties, de politie, bij Het Poortje, op scholen en bij de gemeente zoals in sociale wijkteams worden ingezet. Overal komt armoede voor. Ik maak geen beleid meer zonder daar de ervaringsdeskundige bij in te schakelen”.

 Hans de Vroome – programmaleider armoedepact

Allereerst moet helder zijn wat de taken zijn van de ervaringsdeskundige. Op deze site komt binnenkort een eerste aanzet voor een functieomschrijving. Deze vormt een basis, per organisatie kan deze aangevuld worden. Dit maakt dat zowel voor de ervaringsdeskundige, als voor de collega’s en organisatie helder is, waar de ervaringsdeskundige op aangesproken kan worden.

Een van de taken van de ervaringsdeskundige is een brug te slaan tussen cliënt en professional. Uit een onderzoek naar ervaringen met het werken met ervaringsdeskundigen (Praktijkgericht onderzoek – Sterk uit Armoede, F.M. Jansen & K.M. Willekes, 2017) staat: “Cliënten hebben ervaren dat de ervaringsdeskundige onduidelijkheden beter kan verhelderen dan de professional. De ervaringsdeskundige neemt hier de tijd voor. Ook hebben de cliënten ervaren dat er vanaf het eerste moment een klik was met de ervaringsdeskundige. De cliënten benoemen dat de ervaringsdeskundige er altijd voor ze is en een luisterend oor biedt.”

De rol van ervaringsdeskundige bestaat uit het vertalen van de belevingswereld van de cliënt naar de professional. Wat soms vanzelfsprekend lijkt, blijkt niet altijd zo te zijn. Dit leidt tot onbegrip. De ervaringsdeskundige bouwt gemakkelijker een vertrouwensband op met de cliënt. De drempel is lager.

De ervaringsdeskundige moet in staat zijn een meerzijdig partijdige houding aan te nemen. Want ook binnen de organisatie en voor de collega’s heeft de ervaringsdeskundige een rol te vervullen. Zij kunnen hun collega’s leren wat signalen zijn, welke taal begrijpelijker is en welke vragen je kunt stellen om tot de cliënt door te dringen. Het is belangrijk dat de collega’s zich openstellen voor het werk van de ervaringsdeskundige en de meerwaarde inzien. Een goede voorbereiding op de ervaringsdeskundige als collega kan hierbij helpen.

Tijdens het praktijkgericht onderzoek Sterk uit Armoede (F.M. Jansen & K.M. Willekes, 2017) merken de ervaringsdeskundigen op dat de professionals verder vooruitdenken en al gauw naar de praktische zaken kijken. De ervaringsdeskundige kijkt meer naar de emotionele en persoonlijke aspecten van de cliënten. De ervaringsdeskundige en de professional zijn hiermee dus echt aanvullend op elkaar en kunnen veel van elkaar leren.

“Ik ben een voorstander van het werken met ervaringsdeskundigen in verband met het primaire proces van de medewerkers, maar ook in termen van dat mensen kansen krijgen in het werk. Wat voor veel mensen normaal heel moeilijk is. Het gaat om meer zelfvertrouwen en zelfrespect kunnen bieden”.

Johan Brongers – directeur-bestuurder Tinten Welzijn

De resultaten van het onderzoek zijn veelbelovend. Organisaties die ervaring hebben met het werken met ervaringsdeskundigen zijn positief.

Ze zien de aanpak als een investering van tijd en geld die maatschappelijk veel oplevert. Het pakt het armoedeprobleem preventief aan en geeft een volgende generatie meer kansen om uit de armoede te komen.