Hoe ben je betrokken geraakt bij de aanpak ‘Sterk uit armoede’?
“Ik ben acht jaar wethouder geweest in de gemeente Veendam, met de portefeuille Sociale Zaken. Samen met de wethouders uit Pekela en Bellingwedde hebben we het armoedepact geïnitieerd. Dat wil zoveel zeggen dat we als wethouders ons bewust waren dat we al veel deden op armoedegebied, maar dat de grote vraag was hoe we de mensen in armoede beter konden bereiken. Kort gezegd: we hebben een netwerk van partners opgezet. (meer over armoedepact onder een nieuwe pagina op de website, deze tekst staat onderaan) Dat netwerk gaf al een enorme boost in de regio voor de armoedebestrijding.”

“Daarnaast zagen we ook dat er een hardnekkige armoedeproblematiek is, namelijk generatiearmoede. We zagen dat het maar een betrekkelijk klein deel van de mensen in generatiearmoede lukte om uit de armoede te komen.
Wij kwamen in aanraking met de aanpak van Link uit België. Daar was al 10 jaar ervaring opgedaan met deze aanpak. In Utrecht werd hierover een bijeenkomst georganiseerd. Daar zijn we heen geweest en op de terugweg zaten we in de bus terug en zeiden we tegen elkaar: dit moeten we ook naar Groningen halen!”

“Dat bleek niet even gemakkelijk. Het is best lastig om van visie naar een plan te komen. En dan op zo’n manier dat het ook voor een aantal jaren geborgd is. Het onderwijssysteem is bijvoorbeeld moeilijk om tussen te komen.
Wij, als wethouders, maar ook Ziva hebben enorm aan deze aanpak getrokken om het te laten komen waar het nu is.
We lopen enorm voorop in Groningen. We zijn gewoon begonnen. De eerste klas is gewoon begonnen.”

“Na mijn tijd als wethouder heb ik onder andere de brug geslagen naar het Noorderpoort. Daar kende ik mensen, en dat hielp om binnen te komen bij zo’n ROC.
Ik ben nu nog betrokken als bestuurder van de Stichting Mens en Maatschappij, die stichting is formeel opdrachtgever aan Ziva om deze aanpak op te zetten. Het bestuur van de stichting heeft ook de rol om als klankbord te dienen voor Ziva.”

Wat raakte jou in de aanpak?
“Dan gaat het over mijn drijfveren. Dat mensen zich ontwikkelen, dat het beter met ze gaat. Omzien naar mensen die het moeilijk hebben. En die mensen niet beschouwen als losers, maar als mensen die het moeilijk hebben.”

“We sturen hoger opgeleide professionals op de mensen in armoede af. Die staan zo ver af van de belevingswereld van mensen in armoede. De kracht van de ervaringsdeskundige zit hem in verbinding. Mensen voelen dat je dicht bij ze staat. Dat je de taal spreekt, dat je de codes kent. En onderschat het effect ook niet van de ervaringsdeskundigen als rolmodel.”

Hoe zou de wereld er over 50 jaar uit moeten zien?
“Het zou heel mooi zijn als onze beschaving zich verder ontwikkeld op zo’n manier dat mensen in armoede niet meer gezien worden als losers. Je moet erkennen dat niet iedereen evenveel kansen heeft gekregen. En het is hartstikke schadelijk, ook financieel, dat er zoveel mensen aan de kant staan.
De ideale situatie is voor mij dat zoveel mogelijk mensen zichzelf kunnen redden, hun dromen kunnen verwezenlijken en dat mensen niet meer het gevoel hebben dat ze aan de kant gedrukt zijn. Maar ook dat ervaringsdeskundigheid maatschappelijk aanvaard is en op waarde wordt gezet.”